vrijdag 26 oktober 2012

"Zo rooj as e tomat en zo blaaw as a schallie.." (bis)

Het Rode Kruis herdopen ?


Enkele dagen geleden vroegen we ons in deze blog af de Lommelse socialisten soms niet erg blauw en zijn de liberalen bij wijlen nogal rood ?? Kortom zijn ze alles op nen hoop eigenlijk wel paars genoeg ??

En kijk, uit totaal onverwachte hoek (Internetgazet Lommel) komt ons een antwoord toegewaaid, waaruit blijkt dat we het Rode Kruis eigenlijk beter het Blauwe Kruis zouden noemen.

Wat denkt U ervan ? Spreekt onderstaande tekst en foto (uit Internetgazet) geen boekdelen ?  :)

Rode Kruis huldige vrijwilligers - Lommel

Het Rode Kruis Lommel zette 3 vrijwilligers in de bloemetjes tijdens de jaarlijkse barbecue in het Chirolokaal Heideheuvel. Naast Linda Vandenboer en Henri Claes, die beiden al 10 jaar vrijwilliger zijn, was er ook nog Jeanne Van der Vliet die liefst 15 jaar belangeloze inzet voor het Rode Kruis op haar actief heeft. De ingrediënten van deze plezierige avond waren lekker eten, een spannende quiz met verrassende opdrachten en afsluitend gezellig keuvelen bij een fris glaasje!


donderdag 25 oktober 2012

Nogmaals over Ford Genk - een tip voor Kris Peeters

Onze Vlaamse Minister-president was vandaag aan het woord in het Belangske.

Blijkt dat Vlaanderen in 2010 liefst 70 miljoen Euro ter beschikking stelde aan Ford voor een Toekomstcontract.
Peeters wil dit nu terugvorderen van Ford maar meent dat dit moeilijk zal worden.

Daarom mijn advies aan Peeters: bewarend beslag leggen op het kompleks te Genk en vervolgens een onteigeningsprocedure in hoogdringendheid opstarten. De daarvoor te betalen prijs doen compenseren met de vordering die Vlaanderen op Ford heeft.
Vervolgens het industrieterrein van Ford Genk verkavelen in kleinere entiteiten en er diverse nieuwe bedrijven in huisvesten. Daarvoor de "task force" die hij in het leven wil roepen, inschakelen.

Peeters heeft (of minstens had) een notaris in zijn kabinet. Met hem moet hij maar eens afchecken wat mijn ideetjes waard zijn.

Of misschien moet Peeters eens bij het Lommelse stadsbestuur in de leer komen, want die weten (blijkens Belangske van heden) wel hoe ze projectontwikkelaar kunnen spelen. De oude nonnenschool wordt aangekocht, vervolgens verkaveld en daarna te koop aangeboden.

En wat denk je ervan Kris ?   Ik zie het al.....




 

woensdag 24 oktober 2012

Verkiezingsgesjoemel ....in 1878


Dat waren nog eens tijden. In die tijd was er nog geen sprake van socialisten (ten minste niet in Lommel), en ging het uitsluitend tussen katholieken en liberalen.

Op het Rijksarchief te Brussel, bewaren ze onder het fonds  "Ministère de l'Intérieur. Affaires électorales 1830-1919 " bundel nr. 2859 Lommel. 29 octobre-5 novembre 1878., 

De Lommelse liberalen hebben toen klacht ingediend omdat de katholieken met de verkiezingsuitslag zouden gesjoemeld hebben.
Resultaat: enkele weken later werd er opnieuw gestemd, maar de katholieken bleven aan de winnende hand.

Diezelfde Lommelse liberalen kregen niettemin een zoete wraak toen kort daarna de liberalen de parlementsverkiezingen wonnen. Binnen de kortste keren kwam er een nieuwe onderwijswet die de pastoors uit de scholen bande. Een hevige schoolstrijd (1879-1884) ontbrandde, die pas ging liggen toen de liberalen zes jaar later de parlementsverkiezingen verloren.

De katholieken zongen toen dat de liberale onderwijsminister "Pierke Van Humbeeck" in het graf lag...

Misschien draait hij zich in zijn graf om als hij hoort hoe in Lommel een oude katholieke school uiteindelijk aan socialisten en liberalen verkocht wordt....



Pierre Van Humbeeck (1829-1890)











Ramp der rampen: sluiting Ford Genk

Onze politici zijn verwonderd dat steeds meer ondernemingen uit België vertrekken, maar vergeten al te makkelijk dat zijzelf, met Crombez en Di Rupo op kop, gezorgd hebben voor een klimaat waarin zelfstandigen en ondernemingen als frauderende duivels worden gebrandmerkt.

Een tijdje geleden schreven we daarover een provocerend artikeltje onder de titel "Dood aan de middenstand".

Vakbonden kappen ook graag op ondernemingen die vanuit België uitwijken naar "lageloonlanden", maar ook hier moet er misschien eens een misverstand uit de weg geholpen worden. Niet de netto-lonen vormen het probleem, maar de bruto-lonen, te weten de sociale lasten die verzwolgen worden door al te hongerige staatskassen.

En als een overheid daarenboven de ondernemers als fraudeurs gaat demoniseren en ze als op te jagen wild beschouwt, tja dan moet je toch niet verwonderd zijn dat die mannen op den duur hun biezen pakken.

Ik deel in de teleurstelling en woede van de Ford-arbeiders, maar misschien moet hier de beschuldigende vinger eens uitgestoken worden richting politiek i.p.v. richting werkgever ?






dinsdag 23 oktober 2012


Lommelse kolonel als held van de slag bij Waterloo (1814) !? (7)

Wijbrand-Adriaan De Jongh       (slot van artikelenreeks)


7. Zijn nageslacht erfde de “militaire microob”


Anna Geertruida Noot (1783-1844) was nog maar pas bevallen van haar zesde kind, toen haar echtgenoot W.A. De Jongh in 1821 overleed. Twee jaar later hertrouwde ze te Utrecht met de Groningse arts, Dr. Jacobus Munniks (1782-1840), een weduwenaar die uit zijn eerste huwelijk een  dochter Geertruida Munniks (°1809) had. De enige zoon van W.A. De Jongh was Jan Jacobus de Jongh (1808-1890), geboren te Doesburg. Hij moet te Groningen opgegroeid zijn in de woning waar ook voornoemde Geertruida Aletta Munniks (1809-1864) verbleef; ze huwden uiteindelijk met elkaar en om te vermijden dat haar familienaam zou uitsterven, verkreeg hij bij koninklijk besluit van 21 februari 1870 dat haar familienaam aan de zijne werd toegevoegd, waardoor zijn nageslacht de naam Munniks de Jongh droeg.  Deze Jan Jacobus de Jongh (1808- 1890) was geen militair maar belastingscontroleur te Leeuwarden. Niettemin zou hij de militaire microbe doorgeven aan zijn zonen Bernardus (1839-1868), Jean Jacques (1843-1920) en Henri (1846-1918),  alle drie officier bij het Nederlandse leger in Indonesië. Nog een andere zoon, Jacobus  (1837- 1901), was legerarts in Nederlands Indië, en de fiere vader van Jan Jacobus (1871-1958), legerofficier in Nederlands-Indië. Deze laatste huwde in 1906 te Bergen-Op-Zoom met H.V.L Baronesse van Heerdt (1877-1928) en nogmaals in 1924 met M.H.J Stolte, maar beide huwelijken waren kinderloos.

Foto's van een aantal van die (al dan niet) militaire nakomelingen van De Jongh kan U bekijken op: home.scarlet.be/~tsh40803/8/Docs/De%20Jongh%20stamboom.doc en ook op: 
http://dhost.info/dutcharmy/Eeresabel%20indexdragers.html 


Het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL) was het Nederlandse koloniale leger. Het heeft officieel bestaan van 1830 tot 1950. Hieronder enkele prenten:

File:Batoe Iliq.jpg

J.B. van Heutsz met zijn staf tijdens de aanval op Bateë-iliëk in 1901, door Jan Hoynck van Papendrecht (Wikipedia)


File:Cavalerie O.I. leger. Groot tenue 1896.jpg

Cavalerie in het Oost-Indisch leger in Groot Tenue in 1896 (Wikipedia)



Bronnen en lit.:

° Zijn carrièreverloop in: Nationaal Archief Den Haag, Ministerie van Oorlog, toegangsnummer 2.13.04/05/06, Stamboeken der officieren 1815.
° Over de rampzalige Russische veldtocht van 1812: F.H.A. SABRON, Geschiedenis van het 33ste Regiment Lichte Infanterie (Het Oud-Hollandsche 3de Regiment Jagers) onder Keizer Napoleon I, Koninklijke Militaire Academie, Breda, 1910, p. 45, 71 -75, 99-109, maar uitgebreider nog in M.E. JORDENS, Campagne et captivité de Russie (1812-1813). Extraits des mémoires inédits du général-major H.P. Everts, Carnet de la Sabretache, 1901, p. 620-638 en 686-703; 1902, p. 43-62. Zie ook: B.R.F. van VLIJMEN, Vers la Bérésina (1812): d’après des documents nouveaux, Parijs, 1908, inz. p. 28, 41 en 319.
° Zijn verslag over de slag bij Waterloo:  Verslag van de kolonel De Jongh, commandant van het bataljon 8e Nationale Militie, Nieuwe Militaire Spectator, Jg. 20, 1866, No. 1.
°De brief vanuit Péronne  op 27 juni 1815 aan de Engelse opperbevelhebber Wellington: A.W. WELLINGTON, Supplementary Despatches and Memoranda of Field Marshal, Duke of Wellington, K.G., Londen, 1863, p. 608)
Garnizoencommandant te Ieper: J.C.C.  den BEER POORTUGAEL,  Levensbericht van Diederic Jacob Den Beer Poortugael, Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1880 Levensberichten der Afgestorvene medeleden... Bijlage tot de Handelingen van 1880, Leiden, 1880, p. 10.
Algemeen:   B. INDEKEU & M. BIJL, Van vaandrig tot kolonel, vriend en vijand van Frankrijk. Wijbrand Adriaan de Jongh (1776-1821), Mars et Historia, jg. 46, 2012, nr. 1, p. 4-18.

maandag 22 oktober 2012


Lommelse kolonel als held van de slag bij Waterloo (1814) !? (6)

Wijbrand-Adriaan De Jongh


6.      In rustiger vaarwater:  garnizoencommandant te Ieper (1816-1821)
Nu Napoleon definitief uitgeschakeld was, brak na meer dan 20 jaar oorlog eindelijk een periode van rust en vrede aan in Europa. Samen met het Hollandse leger keerde De Jongh naar de Nederlanden terug in januari 1816. Zijn 16de Afdeling werd in Ieper (destijds geschreven als Yperen) gekazerneerd. Vanaf 27 juli 1820 werd de graad van 2de Kolonel afgeschaft en werd de Jongh Kolonel. In Ieper, waar hij woonde aan de Sint-Jacobstraat 45, werd hij een bekend figuur;  in 1880 werd over hem en zijn 16de Afdeling het volgende geschreven door Jacobus Catharinus Cornelis den Beer Poortugael (1832-1913), zoon van Diederik Jacob den Beer Poortugael (1800-1879), die in 1820 te Ieper tot tweede luitenant was bevorderd en aan wiens moeder (Anna Clarissa Maria Wassenbergh) De Jongh in dat jaar een brief had geschreven: ...." De Kolonel de Jongh - militair op-end-op - had voor Waterloo de 3de klasse van de Militaire Willemsorde ontvangen;…. Vooral bij deze Afdeeling heerschte in hooge mate de militaire 'chic' van dien tijd, en hoe dikwerf mijn vader later het uitrukken van de Afdeeling beschreef….. Voorop de reusachtige tamboer-majoor met zijn traditioneelen stok en de 'Bijlenmannen' met hunne, echte of valsche, lange baarden; vervolgens een uitgelezen korps muziekanten, waarvan de dragers der met afhangende paardenstaarten versierde halve manen en bellen, alsmede de bekkenslagers Mooren waren, die in hun fantastisch costuum van witte met rood afgezette wollen stof, waarop hunne zwarte tronies sterk afstaken, door voortdurende grillige bewegingen met hunne glinsterende koperen instrumenten, elken zonnestraal schenen te willen opvangen en weerkaatsen. Dan kwam de Kolonel op zijn prachtigen Andalusiër uitmuntend bereden, een Chef, die met zijn Ridderkruis op de borst, dat ieder wist hoe welverdiend het was, achting en vertrouwen afdwong, voorts het Jagerbataljon, omstreeks 800 man sterk, allen vrijwilligers, waarvan verscheidene evenals met een deel van 't Kader het geval was, onder den grooten Keizer op verschillende slagvelden van Europa hadden gestreden….; eindelijk de bataljons der militie en achteraan de marketentsters, waarvan één, door een ieder 'la mère' genoemd, bekend was voor hare bijzondere zorgen voor 'ses enfants' tijdens den Russischen veldtocht, dien ze op haar Kozakkenpaardje mede had bijgewoond. ….. Omgang en gesprekken konden niet nalaten hun invloed te doen gelden, te meer daar het de begeerte van den Kolonel de Jongh was, dat de Kadets niet de kazerne, maar kamers in de stad bewoonden, dat zij buiten dienst officiers-uniform - natuurlijk zonder het distinctief - droegen, aan de officierstafel dineerden, lid van de Societeit waren en de bals, assemblées en recepties bijwoonden. De 'tenue' voor die partijen was steeds in rok, korte wit cachemieren pantalon met gouden gespen, zijden kousen en fantaisiedegen….. "  

Luitenant-Kolonel De Jongh hield in Ieper niet alleen mooie parades, maar zorgde ook voor een degelijk onderkomen voor zijn troepen. In 1817-1818 werd een nieuw kruitmagazijn gebouwd en in de jaren 1820-1822 werd een zogeheten bomvrije infanteriekazerne gebouwd. Het grote gebouw, berekend op 2.000 manschappen, telde 82 kamers en 8 keukens; thans is er de Federale politie gehuisvest. De Jongh zou helaas niet lang van zijn status van garnizoen-commandant kunnen genieten. Amper 44 jaar oud, stierf hij te Ieper op 18 mei 1821, in hetzelfde jaar waarin niet alleen de uit Brussel afkomstige generaal Dumonceau (waaronder De Jongh gediend had) zou overlijden, maar ook…Napoleon. De officieren van zijn Afdeling plaatsten op zijn graf een herdenkingssteen met volgende (Franstalige) tekst:
Devant ce Mausolée, arrête-toi, lecteur!
En ces lieux git De Jongh, le modèle des braves.
Jeune encor, sous Nassau, sur le champ de l'honneur.
On le vit s'illuster dans les rangs des Bataves.
Non, jamais ne mourra sa gloire, sa valeur.
Généreux citoyen, tendre époux et bon pére.
Héla! La mort eût dû respecter sa carriére!.
Helaas is het graf niet bewaard. De Ieperse stadsdiensten ruimden het op in 1976. 

Uniformen van de Nationale Militie: Kapitein (links) & Luit-Kolonel (rechts)




zondag 21 oktober 2012



Lommelse kolonel als held van de slag bij Waterloo (1814) !? (5)

Wijbrand-Adriaan De Jongh



5.      De Jongh’s “moment suprême”: de slag bij  Waterloo (1815)

Nu het Franse leger in Rusland uiterst zware klappen had moeten incasseren, zocht W.A. de Jongh naar een andere werkgever en werd aldus op 13 juni 1814 in het Hollandse leger (heropgericht op 9 januari 1814) opgenomen. Op 14 november van dat jaar werd hij Luitenant-Kolonel van het 15de bataljon. Op 24 april 1815 werd hij de commanderende officier van het 8ste Nationale Militie. Bijna twintig jaar lang had De Jongh aan de zijde van de Franse troepen gestreden tegen Britse, Pruisische, Oostenrijkse of Russische troepen. Dat keerde zich in 1815 toen het Hollandse leger in coalitie met Britten en Pruisen de Franse troepen van Napoleon te lijf gingen.  De Zevende anti-Franse Coalitie (1815) begon toen Napoleon Elba verliet. Hij trok naar Parijs, en verzamelde onderweg troepen rond zich die oorspronkelijk gestuurd waren om hem te tegen te houden. Toen hij Parijs bereikte zette hij Lodewijk XVIII af. De geallieerden verzamelden hun legers om Napoleon tegen te houden. Napoleon mobiliseerde de Franse legers voor een gewaagde veldtocht en rukte met 130.000 man op naar het noorden. Hier trok hij op 15 juni 1815 bij Charleroi de Samber over.  Ten zuiden van Brussel werd hij opgewacht door een coalitie van Engelse (onder Wellington), Pruissische (onder Blücher) en Hollandse (onder de prins van Oranje) troepen.
De Jongh nam met zijn 566 manschappen deel aan de slag bij Quatre Bras en bij Waterloo (16 en 18 juni 1815) en werd bij Quatre Bras aan zijn linkerzij verwond door een houwitzer-granaat. Voor zijn verdiensten tijdens deze veldslag ontving hij de Militaire Willemsorde 3de klas (medaille). Over het verloop van de gevechten schreef De Jongh een verslag , getiteld “Veldtocht van den jare 1815. 1e Brigade 2e divisie van de mobile koninklijke Nederlandsche armee. 8e Bataillon nationale militie”, dat in 1866 werd gepubliceerd in het tijdschrift “Nieuwe Militaire Spectator”. Met betrekking tot de veldslag bij Quatre Bras op 16 juni schreef De Jongh dat hij aan zijn linkerzij verwond werd door een houwitzer-granaat, en dat hij de verliezen (gesneuvelden) kon beperken tot 3 onderofficieren en 24 manschappen. Zijn troepen hadden 9650 geweerschoten afgevuurd.


De Prins van Oranje aan het hoofd van het 5e bataljon Nationale Militie bij de slag van Quatre Bras




Uniform van de troepen die onder De Jongh streden


Door de Pruisische nederlaag bij Ligny was Wellingtons positie bij Quatre-Bras onhoudbaar geworden. Op 17 juni, een dag waarop het vrijwel voortdurend regende, liet hij het geallieerde leger terugtrekken achter een natuurlijke glooiing, het plateau van Mont-Saint-Jean ten zuiden van Waterloo. Wellington had per brief vernomen dat Blücher parallel met hem terugviel richting Waver. Het was dus zaak om de Franse aanval zo lang mogelijk te weerstaan, totdat de Pruisen zouden arriveren. Hij stelde zijn legers op langs de weg van Eigenbrakel naar Genappe en wachtte daar de vijand op.  De Jongh schrijft in zijn verslag: “Van den 17den ’s middags tot den 18den ’s ochtends ten 10 uren, aanhoudenden zwaren stortregen; die dagen, zijnde de 17den en 18den geen vivres [levensmiddelen], stroo of brandstoffen ontvangen.         17den,  geene verliezen”.
De nacht van 17 op 18 juni regende het nog altijd, zodat Napoleon de volgende dag pas om 11.30u het sein gaf tot de aanval van wat de slag van Waterloo zou worden. Omstreeks 13 uur gaf Napoleon bevel tot een aanval op de geallieerde linkervleugel. De brigade van Bylandt weerstond die de Franse aanval enige tijd, waarna ze zich terugtrok achter de eerste Britse linie. Daarna volgde een tegenaanval van de Britse cavalerie, maar toen de Franse cavalerie kwam aangesneld moesten Nederlandse ruiters hun Britse bondgenoten ontzetten. In de namiddag leken de Fransen aan de winnende hand te geraken, maar toen de Pruissische troepen  naderden, smolt de mogelijke Franse zege als sneeuw voor de zon. De “Oude Garde”, de meest geharde soldaten van het Franse leger, dekte de aftocht van hun Keizer.  De Nederlandse 3e Divisie en enkele Nederlandse cavalerie-onderdelen, die de Fransen tot ver achter hun linies hadden achtervolgd, ontmoetten achter de Franse beginposities de Pruisen en hielden halt. De Pruisen namen de achtervolging van hun uitgeputte Nederlandse collega's over. Het Franse leger verliet het slagveld in volledige chaos en trok zich via Charleroi terug over de Franse grens.


Nederlandse infanterie in actie, prent van Langendijk uit 1816




Over die slag bij Waterloo schreef De Jongh in zijn verslag: “Den 18den, Des morgens ten negen uren, bekwam ik order om positie te nemen achter den hollen weg, in de eerste linie van bataille...... Circa twaalf uren vielen de eerste vijandelijke kanonschoten. Tegen half een naderde de eerste linie van bataille van den vijand, en dreef de tirailleurs… terug ….. en smeet de zwakke bataillons overhoop; de Engelsche kavalerie hieuw op dit moment in….. Ik herzamelde dadelijk het grootste gedeelte van mijn bataillon, marscheerde vooruit en ondersteunde de attaques der Engelsche kavalerie, en wij namen vele Franschen, officieren en soldaten, gevangen. Nadat die vijandelijke attaque geheel gerepousseerd [teruggeslagen] was, gaf de chef van de generale staf van de divisie mij order om mij achter den hollen weg voor La Haye Sainte in mijne vorige positie te plaatsen …. Daar de brigade-generaal  …en de luitnant-kolonel ….geblesseerd zijnde geworden, nam ik als oudste hoofd-officier van de brigade het kommando op mij en verzamelde de drie bataillons..... Ik heb …. gedurende den ganschen dag….de positie behouden, …., en de Franschen onderscheidene malen terug helpen werpen in de laagte voor de positie, altoos ver[ge]zeld van een ijsselijk massacre onder den vijand makende. Ik had hierbij zware verliezen aan dooden en geblesseerden bekomen….T en negen uren des avonds begon het gevecht een einde te nemen, en het volk afgemat en vermoeid viel op den grond neder; wij bivacqueerden dien nacht op het slagveld. 1ste-luitenant Werner, zwaar geblesseerd, aan de gevolgen hiervan overleden; 37 onder-officieren en manschappen gesneuveld.” En verder:  “Den 18den positie hebbende in den hollen weg achter La Haye Sainte, gedekt door een walletje met enig kreupelhout, halve borstwering, heb ik het hout hiervan doen afhakken, en mijn bataillon, daar achter in twee gelederen geplaatst altoos doen nederliggen om de soldaten voor het vijandelijke kanonvuur te dekken, en bij het aannaderen van de vijandelijke kolonne hen weer doen opstaan, als zij met effect den vijand met hunne geweren konden bereiken. Ik bleef voor mij zelven, ver[ge]zeld van den braven kapitein-adjudant Sijbers, op mijn paard achter het bataillon staan, en heb al de attaques die door den vijand op het centrum en den linkervleugel werden gedaan gereflecteerd …..In den eerste attaque van den vijand deed ik een korporaal van de garde-dragonders van Napoléon afzitten, die mij wilde chargeren, en ik pareerde hem zijne slagen, drukte hem de sabel in zijne zijde; de kapitein Sijbers beklom dadelijk dit paard ….Bij het repousseren van de derde vijandelijke attaque…stortte ik met mijn paard ter neder, en daar mijn linkerbeen op de holsterkap van het zadel vastgebonden was, konde ik mij niet helpen; de twee brave sappeurs, Van Korvel en Sondervang…. reddeden mij als het ware het leven; Van Corvel, mij op het paard ligtende, geholpen door Sondervang, wierd den eersten zijn kop door een kartetskogel verbrijzeld, zoodat de hersens mij in mijn aangezigt en over mijne kleederen spatteden”. …..



Schilderij van Hoynck van Papendrecht, namelijk het werk "De divisie van Chassé in de slag bij Waterloo". Op dit schilderij is het Bataljon Infanterie van Linie nr. 2 afgebeeld, op het moment dat lt. Gen. Baron Chassé lt.Kol Speelman aanmoedigt met zijn bataljon in de aanval te gaan op de Keizerlijke Garde.


Toen Napoleon drie dagen na de slag bij Waterloo aankwam in Parijs hoopte hij alsnog een nationaal verzet te kunnen organiseren. De publieke opinie was echter oorlogsmoe en de staatskas was leeg… Hij werd dan ook gedwongen  om af te treden op 22 juni  1815 en werd verbannen naar het Zuid-Atlantische eiland Sint-Helena, waar hij uiteindelijk overleed in 1821. Na de slag bij Waterloo trokken de geallieerden naar Parijs. Tijdens die tocht bezette de Jongh met zijn 8ste Nationale Militie de middelgrote noord-Franse stad Péronne op 27 juni 1815 en hij werd er commandant van het aldaar gevestigde garnizoen. De Jongh schreef in zijn verslag: “Den 19den, marscheerden dien dag naar Nivelles, den 20sten opgebroken, marscherende dien dag naar de environs [omgeving] van Seneff, bivacquerende; den 21sten naar Trivierres….. Dienzelfden dag de divisie opgebroken, en met geforceerde marschen voor Péronne gemarscheerd; den 26sten ’s avonds in de environs van die vesting aangekomen, bivacquerende; den 27sten in Péronne binnengerukt.”



De vestingplaats Péronne




Vanuit Péronne schreef De Jongh op 27 juni 1815 een brief naar de Engelse opperbevelhebber Wellington, waarin hij de situatie in deze bezette stad beschreef . Maar nog  had De Jongh er niet genoeg van. Het liefst was hij nu verder mee naar Parijs opgetrokken maar zijn oversten verzochten hem in Peronne te blijven. Hij schreef in zijn verslag: “Ik maakte den luitenant-generaal met gepasten eerbied aanmerking, en verzocht mij niet achter het front van de armee te willen laten,  maar mij mede voorwaarts te laten rukken om den heiligen oorlog mede te helpen eindigen, daar ik veronderstelde dat de Franschen nog eene bataille voor de hoofdstad zouden wagen, en ik meende dat wij dit geluk door ons getoonden gedrag in de bataille van den 16den en de 18den verdiend hadden…..Ik heb naderhand mij herhalende reizen aan zijnde excellentie den divisie-generaal per missive [brief] geadresseerd, om mij met de twee bataillons de armee voor Parijs te rejoigneren [vervoegen].” Op 15 juli  was De Jongh alleszins nog in Péronne want toen schreef hij aldaar zijn verslag over de veldslagen bij Quatre Bras en Waterloo neer, en ondertekende: “Péronne den 15den julij 1815, het eerste en ware jaar der vrijheid; De luit. Kolonel, kommanderende ad interim de 1ste brigade van de 2e divisie W.A. de Jongh”. Op 8 oktober 1815 werd De Jongh bevorderd tot 2de Kolonel en Commandant van de 16de Afdeling (vergelijkbaar met een regiment).