zaterdag 10 november 2012


DE "GESCHIEDENIS VAN LOMMEL" DOOR P.N. PANKEN (12)




X. LOTGEVALLEN EN VOORNAME GEBEURTENISSEN, CHRONOLOGISCH MEDEGEDEELD.

990. Dit jaar schonk de Graaf van Huy en Bratisband, een vermaard krijgsman der Franken zijn landgoed te Lommel aan de parochie Hilvarenbeek. Deze vrome krijgsheld, met name Ansfridus, aanvaard den geestelijken stand, werd in 994 bisschop van Utrecht en stierf in het klooster te Heiligenberg. Ansfridus is onder de heiligen opgenomen.

1284. De Heer van Valkenburg trok over de Maas en plunderde Lommel geheel uit. Volgens Jan Van Helu, een oud dichter, zoude zeker Heer Walraven Lommel in de Kempen geheel verbrand hebben. Het jaar is mij onbekend (Rijmchronijk, bl.80).


[nvdr: de tekst uit die rijmkroniek willen we U niet onthouden:
Sonder teere tijt, soe reden
Her Walrave, ende die sine,
Te Lomelle op die Campine,
Ende bernden torp al ave;
Maer daer en hadde her Waelrave
En ghene eere af nochtan;
Want, dat hi die reise began,
Dat was stolinge, met machte
Ghedaen, vele meer dan met crachte]

1322. Lommel verwierf de vrijheid van Hertog Jan III tot eene stad gemaakt om met poorten en muren omringd te worden. Dit werk is begonnen maar gestaakt. Hertogin Johanna vergunde hierop in 1382 den inwoners, om van de steenen van een der drie poorten een toren aan de kerk te bouwen wat geschiedde en welke toren nog bestaat. [Nvdr: de privilegies werd aan Lommel verleend door Hertog Jan IV in 1422, dus niet in 1322].

1448. Hertog Philips II schonk aan dit dorp vrijheid van impost op het bier.
XVe en XVIe eeuw. Onder de keizers Maximiliaan en Karel V, Hertogen van Brabant in 't laatst der vijftiende en het begin der zestiende eeuw brandde Lommel herhaaldelijk af.

1603. Vele vroeger verkregen voorrechten werden verleend of bevestigd, waaronder een was, dat zij hare oude Vrijheid Lommel mocht versterken met graven en vesten. Aan dit werk was al gearbeid. De overblijfsels heeten ook de Schansen en zijn nog te zien.

14??. Door den keizer Maximiliaan, Hertog van Brabant of onder zijne regeering is het dorp afgebrand.

1477. Op 8 Juni van dit jaar is eene gebeurtenis verhaald, die door den bekwamen P.Cuijpers bij zijn onderzoek in het Rijksarchief te Brussel onvermeld gelaten werd. Hij noteert ze onder Chambre des Comptes, nr. 20783.


Portret van Maximiliaan I door Albrecht Dürer, 1519

Maximiliaan van Oostenrijk (1459-1519); herkomst ill.: Wikipedia


1479. Deze monarch [Maximilaan] bepaalt in zijne blijde inkomst, dat die van Bergeik, Westerhoven, Rijthoven en Lommel voor de bank te Eersel terecht zullen staan, zoo de vrijheid Eersel haar goed recht kan bewijzen. Hij geeft tevens eenige bepalingen wegens den tol in de meierij, den rentmeester van 's Hertogenbosch, enz. (Luijster van Brabant III).

1506. Onder Karel Hertog van Brabant is Lommel gebrandschat.

1507. De Hoofdman Joris Steenbreker had ten tijde van oorlog te Lommel met 77 pagiën (en vijf jonkers) 'aangaande 11 April en 24 Mei uitgaande' gediend Dit bedroeg 462 Philipsgulden of 577 Rinsgl. 16 stuiv. (Stadsarchief van 's Bosch door Van Zuijlen,1 stuk, 1861). Lommel werd vrijgesteld van de betaling in de oorlogskosten, welke 147 Ringsgl.13st. 1/2 oort hadden beloopen (Stadsarchief van 's Bosch door Van Zuijlen, 1ste stuk 1861).

1509. Lommel, als nog 7 dorpen, ontvangt terugbetalingen van hare betaalde graafgelden.

1512. Door ingezetenen van Lommel, worden acht gevangenen, die aldaar zonder paspoort op den huisman leefden, naar de stad 's Hertogenbosch opgebracht.

1574. De Spaansche bewindhebber Requesens bivouakkeerde alhier op de "Heiderheide", kort voor den beruchten veldslag op de Mokerheide welke 14 April dezes jaars voorviel en de Spanjaarden eene volkomen overwinning behaalden.

Don Luis Requesens (1528-1576), spaans veldheer.



1575. Dit en eenige volgende jaren stierven hier van de pest tweeduizend menschen. Hieruit is af te leiden dat de bevolking te dien tijde talrijk zal geweest zijn.
[nvdr: 200 i.p.v. 2000 slachtoffers lijkt ons een realistischer aantal]

1586. Door de Staatsche bezetting uit Geertruidenberg is het dorp uitgeplunderd en platgebrand.

1626. Van de Spaansche zijde is een kanaal om de Maas met de Schelde te verbinden, ook op grondgebied dezer gemeente gemeten. Deze voorgenomen bevaarbare graving werd spoedig werkstellig gemaakt, doch kon niet ten uitvoer gebracht worden. Ze werd naar de koningin van Spanje Eugenia, Fossa Eugenia geheeten en was zeer berucht, want men vergeleek dit werk in dien tijd met de grootste ondernemingen der oudheid, waarvan de geschiedenis der Grieken en Romeinen gewaagden. Zie deswegens ook op het jaar 1808.

1635. De Kanunniken uit de Postelsche abdij hadden zich eenige weken in hun refugiehuis te Bree opgehouden. Bij het wederkeeren naar Postel werden de paters met den prior en onderprior in de heide te Lommel door eene patroelje der Bossche bezetting verrast en gevankelijk medegevoerd. Onder bevel zich niet meer in de Meierij te vertoonen werden zij ontslagen.

1675. De vijand had hier als in meerdere voorname plaatsen der meiërij een magazijn van levensmiddelen opgericht, waarin groote voorraad tot zijn gerief werd vergaderd (Houben, Gesch. v. Eindhoven, II, bl.108).

1688. Het dorp door de Franschen afgebrand. Zeer vele inwoners moesten gaan bedelen wegens gebrek. Alle toegangen op de grenzen van het kwartier van Kempenland moesten op voorschrift der Staten zoveel mogelijk met landweeren en slagboomen versperd worden. Gedeputeerden kwamen de grens beschouwen. Lommel in zandachtige duinen gelegen, bleek hun onberijdbaar.

1738. Uit het Land van Luik kwamen 28 Februari zeven met rogge geladen karren in de Meierij. Aan het tol‑ of grenskantoor werden zij door de kommiezen van den tol aangehouden. De voerlieden boden tegenstand, die de kommiezen noodzaakte eene dier karren achter te laten. Met de overige reden zij naar 's Hertogenbosch. Dit gelukte niet, want omtrent Bergeik gekomen schoten eenige lieden, ongeveer twintig sterk, achter eenen met hout beplanten wal op de kommiezen en hunne bijhebbende manschap. Eenigen werden gekwetst en allen genoodzaakt met achterlating der karren de vlucht te nemen. Men voerde inmiddels die karren naar Luiksgestel. 24 maart 1738 beloofde de Raad van State honderd ducatons uit's Lands Domeinen, aan die, welke eenige handdadigen hiervan wist te ontdekken. Men leest niet van eenige achterhaling (Van Heurn, Ges. der Meierij IV, 36).

1747. De Stadhouders der Kwartierschouten in de Meierij vervoegden zich met verscheidene regenten van sommige plaatsen bij de algemene Staten om zich met de Franschen over de brandschattingen en leveringen, indien ze deze vorderden te mogen verdragen. Dit werd zeer streng verboden. Door de algemene Staten werden de inwoners van den Staat tusschen de Maas de Schelde gelast, alle eetwaren voor menschen en vee alsmede hun huisraad en tilbare goederen in de vaste of sterke plaatsen te brengen.
Op den eersten Augustus (patroondag) kwamen te Lommel tachtig Franschen die er met brandende fakkelen door de straat. Dit veroorzaakte een 'algemeenen schrik, omdat de meeste huizen met stroo gedekt waren. Terstond sloegen zij de deur van het huis door den voorzittenden Schepen bewoond open, roofden verscheidene goederen en hielden hem vast. Hij ontsnapte hun echter. Van daar begaven zij zich naar het huis van den Roomschen Pastoor, welken zij aan handen en voeten bonden met voornemen hem mede te voeren. Het smeeken der Regenten en overhandigen van eenig geld deed deze euveldaad voorkomen. Nadat zij hier en daar wat geplunderd en eenen brief van den partijganger Fischer aan de regenten van Eersel, Bergeik, Westerhoven en Riethoven, welke dorpen hij ook onder brandschatting stelde, afgezonden hadden, vertrokken zij den volgenden morgen om acht ure. Zij voerden twee regenten van Lommel met zich (Europesche Mercurius over 1747. Dl. II. Ned. Jaarboeken van Aug. 1747. Beide bij Van Heurn. IV). Onder de ingezetenen der Meïerij verspreidde deze gebeurtenis eene geweldige ontsteltenis. Door het opbreken der Franschen te Recheim in Limburg, wat kort hierna gebeurde, verdween die angst echter merkelijk. Na dien tijd hebben zij in langen tijd geene brandstichtingen of levering van levensmiddelen van de meierij gevorderd.

1794. Bij de komst der Franschen heeft dit dorp veel geleden, toen een groot getal inwoners van goederen zijn beroofd.

1797. Drie voorname zeer waardige geestelijken en vrienden, vluchtelingen wegens de vreeselijke Fransche republiekeinen , hadden langs verschillende wegen de academiestad Leuven, waar zij gewichtige ambten hadden bekleed, trachten te ontsnappen. Zij waren de Zeer eerwaarde Heeren A. Van Gils, G. Moser en A. Simons. 4 December verlieten zij Leuven en kwamen in den laten avond op de pastorie te Lommel. Liefderijk werden zij opgenomen door pastoor G. Pompen en zijn kapellaan A. Beckers. Des anderendaags las Van Gils op een graanzolder (om minder ontdekt te worden) de H. Mis, waarna de pastoor die vluchtelingen uitgeleide deed over Luiksgestel tot in de pastorie te Bergeik.



Antonius van Gils (1758-1834) werd te Tilburg geboren. Hij studeerde aan het Turnhoutse College en vervolgens aan de universiteit van Leuven, waar hij in 1790 hoogleraar in de godgeleerdheid werd. Toen de universiteit in 1797 door de Fransen werd vernield en gesloten, vluchtte Van Gils, met medeneming van een gedeelte van de universiteitsarchieven, naar het Noordbrabantse Berlicum waar hij het klein-seminarie Veebeek stichtte. Hij was medestichter en president van het groot-seminarie Nieuw-Herlaer te St. Michielsgestel, waar de Leuvense archieven ten slotte terechtkwamen.


1807. Den 11 November 1807 werden te Fontainebleau in Frankrijk een tractaat tusschen Frankrijk en het Koningrijk olland gesloten. Art. 4 van deze overeenkomst luidt: "Zijne Majesteit de Koningvan Holland doet afstand aan Frankrijk van het grondgebied des eilands (sic) van Lummel en het zuidelijk gedeelte van het grondgebied van Eertel (sic) in ruiling van het welk Z.M. deswegen Napoleon het noordelijk gedeelte van het grondgebied van Gestel afstaat (Geschiedkundige Gedenkstukken voor het bestaan van Holland door Lodewijk Bonaparte uit het Engels. Amsterdam 1820).

1808. Door de Fransche regeering is eene vaart om gegraven te worden ter verbinding van Maas en Schelde ook door grondgebied van Lommel gemeten. Hier bevond men het hoogste punt of grond tusschen deze rivieren. Men noemde deze vaart het Noordenkanaal, dewijl het ten voordele der noordelijke Departementen van Frankrijk moest strekken. Mitsdien is het dezelfde onderneming, welke Spanje in 1626 begonnen had.  Bij Keizerlijk decreet van 20 Mei 1806 werd het aanleggen van bovengenoemd kanaal, hetwelk de Schelde, de Maas en denRijn zou verbinden, vastgesteld. Het had zijnen oorsprong te Antwerpen, liep van daar op Heerenthals, van waar zich een arm van 8000 ned.ellen lengte naar Lier wendde. Vervolgens strekte het door Kempenland, langs Neerpelt, Loosen, Weert en Meiel op Venlo, alwaar het, in de Maas kwam. Na de in 1811 plaats gehad hebbende vereeniging van Holland met het Fransche Rijk zijn de werkzaamheden van het Noordkanaal voorlopig gestaakt. Door een zamenloop van ongelukkige omstandigheden en tegenspoed werd ten tweedemale (1628 en 1811) de belangrijke onderneming, om de Maas met den Rijn te verbinden, verijdeld, welke echter in het belang van den handel zoude gestrekt hebben (zie o.a. L.H. Gallots in Publ. [du Limbourg] 1866. p. 395).



In Duitsland was men bij het kanaalgraven al wat verder toen de werken in 1810 werden stilgelegd. Hierboven een sluis uit die tijd. Hieronder dat kanaal(tje) bij Neuss.




Statistieken...

Eventjes om de lezers te melden dat we zojuist de kaap van de 30.000 hits gepasseerd zijn!

Pageviews vandaag
32
Pageviews gisteren
144
Pageviews vorige maand
5.988
Pageviews geschiedenis
30.002

Sinds we plaatselijke politieke toestanden niet meer onder vuur nemen is het aantal bezoekers per dag wel gedaald..   : (

vrijdag 9 november 2012


DE "GESCHIEDENIS VAN LOMMEL" DOOR P.N. PANKEN (11)


IX. ANDERE MERKWAARDIGHEDEN


Gedenkwaardigheden en Curiosieteiten in oude tijden voorgevallen, vindt de lezer elders genoegzaam in 't werk verspreid.

Nabij de grens van de heide te Bergeik ligt eene bevloeiing aan den heer David te Brussel toebehoord hebbende. Zij is 200 hectaren groot en is op 6 ha. na, geheel op Belgisch of Lummels grondgebied gelegen. Het water wordt uit het Kempisch kanaal getrokken.
Het terrein is in velden verdeeld, ongeveer 250m. lang en 52m. breed. Midden door elk veld loopt een hoofdsloot. De velden zijn door wallen gescheiden, waarop eene beplanting met lang hout en met populieren is aangebracht.

Gegidste bezoeken aan de Wateringen trekken altijd veel volk (foto Internetgazet)



Op het grondgebied van Lommel bevinden zich duinen en heuvelen. Aan de zuidoostzijde liggen eenige wallen of hoogten, die "Gelderschen Horst" genoemd worden en door de Gelderschen zullen opgeworpen zijn.

Niet ver van het hiervoren gezegde gehucht De Stevensvennen ligt eene plaats Wesel geheeten, die reeds ten tijde van het heidendom een gehucht op zichzelve, zonder afhankelijkheid van eenige gemeente of eenig dorp afhing (Bijdragen van Molle, door Welvaerts,1891, blz. 74). Het behoort nu onder Moll, vroeger onder Balen en wordt nog Balen‑Wesel genoemd en geschreven. Hoewel deze plaats de dorste vlek der Kempen is, vindt men noord‑oostwaarts de Stevensvennen, eene overschoone tabaksplantage, onder Lommel, waar in 1890 bladeren van lm. 15cm. gegroeid zijn (De Kempenaar van 4 Oct.1890).

 

Pas na het overlijden van Panken (1904) opende een zinkbedrijf haar deuren vlakbij het gehucht Stevensvennen




Vele streken onder de gemeente Lommel bevatten tot eene belangrijke diepte, een bijzonder fijn zand, hierom zilverzand genoemd, dat in de spiegelfabrieken van gansch Europa gebruikt wordt en zelfs naar Amerika uitgeleverd. Lang bezigde men het vooral tot het reinigen van koperen en andere stoffen. Sedert eenige jaren wordt het, meer dan vroeger, in aanzienlijke hoeveelheden vervoerd. In 1875 werden onderscheidene zandputten geopend. In de nabijheid van het oude gehucht Kattenbosch liggen vele heuvelen of bergen van wit fijn zand, dat reeds grootendeels tot genoemde einde is vervoerd. Men houdt eene zandmijn te dier plaats bestaande voor de grootste der gemeente en er is een ijzeren spoor van daar tot het Kempisch kanaal aangelegd, dat ongeveer een uur lengte bedraagt. Ook treft men niet ver van den "Blauwen Kei" eene beduidende zandmijn aan. Door deze exploitatie en andere voordeelen welke tegenwoordig de inwoners te Lommel, meer dan vroeger genieten verkeeren zij in een gunstigen toestand en ook de gemeentekas is thans, zoo als men verzekert in het financieele zoo voordeelig als tot hiertoe nimmer het geval is geweest.


Laadkade van zandgroeve Emsens nabij Blauwe Kei


In 1895 werd eene mestfabriek aan de Groote‑Barrier opgericht. Op de Stevensvennen kwam in 1897 eene landbouwstokerij tot stand. In 1902 is in het dorp eene fanfare opgericht.

Genees‑ en heelmeesters. 1796 P.B. Raijmakers, chirurgijn en vroedmeester.


Fanfare tijdens processie 1914Fanfare Hoop in de Toekomst in 1914









woensdag 7 november 2012


DE "GESCHIEDENIS VAN LOMMEL" DOOR P.N. PANKEN (10)


VIII. DORPSBESTUUR DINGBANK. SCHOUT EN SCHEPENEN. GEHUCHTEN.

Van de oprichting der dingbank en tot hare opheffing in 1799 bestond ze hoofdzakelijk in eenen schout en 7 schepenen. In 1580 bevestigde de hertog de oude wijze van den magistraat te kiezen, begeerende in het één jaar de verandering en vernieuwing van drie en het ander jaar van vier schepenen. Onder hen was een president‑schepen. Tot ongeveer eene eeuw geleden was de gemeente in vijf gehuchten, buurten, wijken, rotten of hertgangen onderscheiden (bij sommigen beduidt het herd, uithoek, gedeelte van 't dorp waaruit het herd of het vee der ingezetenen zamen onder de hoede van den gemeenten herder naar de weide ging). Deze waren den Heuvel, het Dorp, de Hees, Lutlommel en Kattenbosch. Sommige dezer zijn zoo groot, dat ze, zoowel als de Kolonie en Kerkhoven, voor kleine dorpen kunnen aangezien worden.

Thans kan de gemeente, behalve de Kolonie en Kerkhoven, in 22 gehuchten worden verdeeld: Heuvelsche Heide, Barrier, Turkenshoek, Schievelhoek, Heuvel, Heide, Lutlommel, Looberg, Karstraat, Einde, Kattenbosch, Kerkhoven, Vresling, Eltenbosch, Hees, Adelberg, Hoekske, Weiërke, Doodeven, Stevensvennen, Blauwe Kei en Gelderhorsten. Sommigen vermeenen echter de gemeente beter in de volgende gehuchten of wijken te verdeelen : Dorp ‑Kattenbosch ‑ Eijnde ‑ Lutlommel ‑ Heuvel ‑ Heide ‑ Weiërken ‑ Adelberg ‑ Hees ‑ Vreshoring of Vresling ‑ Kerckhoven ‑ Gelderhorsten ‑ Stevensvennen ‑ Blauwe Kei ‑ Barrier of Groote Barrier ‑ Heuvelsche Heide of Kolonie.











Op Blauwe Kei komen Maas-Scheldekanaal en kanaal van Beverlo samen



Van het dorp of de kom te Lommel zijn verwijderd de gehuchten Heuvel, Heide en Lutlommel een half uur, Schievelhoek en Kattenbosch drie kwartier, Stevensvennen een uur, Heuvelsche Heide en Blauwe Kei vijf kwartier en Kerkhoven bijna twee uren.
De barrierhuizing is in de heide op [..één..] uur afstand van de kom van het dorp gebouwd in 1791 en het volgende jaar eene daarbij behoorende groote schuur. Dewijl van de zijde van het tegenwoordige België, Lommel de eerste plaats destijds op Nederlandschen bodem was, heette men deze barrier de eerste, die onder Bergeik de tweede, die onder Borkel de derde barrier. Weldra verkreeg de zeer ruime barrierhuizing onder Lommel de benaming van de groote, die onder Bergeik, hoewel alsmede ruim en voldoende gesticht, van de kleine barrier. Meer echter werden ze door de Lommelsche en Bergeiksche barrier aangeduid, wat tot heden nog bestaat al zijn reeds lang aldaar de tollen afgeschaft en de barrierhuizen particuliere woningen geworden. De gezegde zoogenoemde groote of Lommelsche barrier aan de Meierijsche grens is een vierde uur gaans van het vroegere grondgebied van Luik gelegen.

 
Barrierhuis, thans locatie van Erfgoed Lommel.


Behalve openbare breede wegen van Lommel naar de aangrenzende dorpen, bestaan er eene menigte andere karwegen en voetpaden zooals die alom gevonden worden. Vele hebben in den loop der tijden vermeerdering, verlegging of verbetering ondergaan. Deze veranderingen mede te deelen onnoodig achtende zal ik de bestaande kunstwegen vermelden.
Er is in 1791 eene baan, 9 meters breeden weg van Breda naar Maastricht aangelegd, loopende over Lommelschen bodem, doch niet door het dorp. Hij werd met het voornemen haar te bestraten of met keisteenen te beleggen gemaakt, wat destijds door de 's Lands omstandigheden niet geschiedde en nimmer gebeurd is. Op menigvuldige plaatsen is hij zelfs versmald, bebouwd of beboscht. Waar onder deze gemeente in 184[9] de Kolonie en in die nabijheid weteringen aangelegd zijn bestaat ze veelal niet meer.

In 1741 legde 's Bosch eenen straatweg van daar tot Best, dewijl besloten was dezen over Eindhoven, Lommel en tot Luik te maken. Zeer hevig was in het begin getwist, of die weg over Oirschot of Eindhoven loopen zou, toen eindelijk de balans in het voordeel van Eindhoven oversloeg. Van deze stad begon men in 1789 aan den weg, maakte het bed tot de grens van Luikerland gereed, hebbende bruggen over de rivieren geslagen, boomen langs den weg geplant en de noodige barrières gebouwd. Door den Prins-Bisschop van Luik zou de weg van Luikerland of de Meiërijsche grenzen tot die stad voltooien. Er was een begin gemaakt hem met steenen te beleggen. Om de toen in ons Vaderland bestaande onlusten bleef het werk steken. Naderhand is deze schoone weg behoorlijk voltooid. Eene lengte van 13.000 meters tusschen Valkensweerd en Lommel is eerst na 1814 met keiën belegd. 25 Juni 1790 is op Lommelschen bodem door de Staten van Holland de eerste steen gelegd. De weg loopt niet door 't dorp maar door het gehucht Luttel‑Lommel of Lutlommel.

Ten jare 1860 verkreeg Lommel een kunstweg naar Moll, een anderen naar Overpelt. In 1865 is een grintweg van Lommel over Luiksgestel, Bergeik enz. naar Leende gemaakt.

 
Het startpunt van de in 1860 aangelegde Overpelterkiezel, lag voor het huis van dokter Norbert Neeckx
En dit was het startpunt van de de grintweg naar Luiksgestel. Het café links in beeld, werd later "Germinal", hoofdkwartier van de Lommelse socialisten.


De spoorweg Antwerpen‑Eindhoven loopt op 20 minuten afstand van 't dorp langs Kattenbosch, waar een station bestaat. Deze weg is in 1884 gemaakt, waarna de gemeente van het dorp tot de statie regelrecht een keiweg heeft aangelegd.


 Lommel-station, waar Panken ook enkele keren de trein naar Antwerpen nam



Door het Fransch bestuur was in of omtrent 180[7] ook op Lommelschen grond, het noordelijkst punt afgebakend van het Noorderkanaal, hetwelk men wilde graven om de rivieren Rhijn en Maas en deze met de Schelde te verbinden. Dit plan kwam niet tot stand, evenmin als de onderneming van de Spaansche zijde in 1626 uitgedacht en begonnen, doch niet kunnen ten uitvoer brengen. Te dien tijd vergeleek men dit werk met de grootste ondernemingen der oudheid waarvan de geschiedenissen der Grieken en Romeinen gewagen.

[nvdr: Het Maas-Scheldekanaal werd uiteindelijk in 1845 gerealiseerd; het kanaal van Beverlo in 1857. Zie foto hierboven]









DE "GESCHIEDENIS VAN LOMMEL" DOOR P.N. PANKEN (9)





VII. LOMMEL EENE VRIJHEID. VERHEVEN TOT STAD. BIERBROUWERIJEN. VRIJSTEL DER GRUIT. MARKTEN. GILDEN.

Dit dorp is eene der oude Vrijheden, doch welker stichtingsbrief verloren schijnt. In 1621 noemt men het eene 'treffelijcke vrijheid'.
Aangezien Lommel het uiterste dorp der Meiërij was en aan de grens van Luikerland ligt, kreeg het bij oorlogstijd gedurig den meesten aanstoot. De Hertog van Brabant Jan III zulks inziende gaf aan dit dorp gemeene weilanden en zaaiakkers tot eene gemeente. Tot meerder veiligheid en verzekering heeft hij de ingezetenen toegestaan hare plaats met wallen en poorten te versterken. Hij gelastte tot dit werk vier opzieners benevens den Schout van Kempenland. Tevens gaf hij verlof hare accijnsen op te stellen en omdat die meerder zouden opbrengen vergunde hij hun eene weekmarkt en driejaarmarkten. Dit hertogelijk en merkwaardig octrooi dateert van 1322 [nvdr: lees 1422]. Dit versterkingswerk was zoo ver gevorderd, dat het voornaamste deel des dorps met muren omringd en met drie poorten prijkte. Men wierp deze versterkingen wederom. Sommige waren in het kerkhof gebracht, om 'daer de klocken in te hanghen' (Van Oudenhoven, Beschr. der Meiërij, 1670, bl. 61). 

Vermits de kerk geen toren bezat veroorloofde hertogin Johanna in 1381 daartoe de bouwstoffen van eene der 3 poorten te mogen gebruiken. Volgens hare begeerte moest ieder die eenig land met het leggen der wallen verloren had, het terug erlangen, nadat deze geslecht zouden wezen. Uit dit laatste is eenigermate te besluiten, dat in het evengenoemd jaar alle vestingswerken nog niet geruimd waren. Alzoo werd Lommel spoedig ontmanteld en tot een open vlek gemaakt, doch met behoud harer stadsvoorrechten. Zij werden door de Aartshertogen Albert en Isabella in 1603 nog bekrachtigd.



Johanna was hertogin van Brabant en Limburg van 1355 tot aan haar dood in 1406. 

Oudstijds wist men geen beter middel, om de grootte of bevolking der plaatsen aan de duiden, dan uit den tax of de schatting der Bede, door den hertog van Brabant gezet of gewaardeerd. Een zeer oud tot 1666 loopend boek noteert op het jaar 1606 voor Lommel 93 oude schilden en een derdedeel. Oirschot en Bergeik stonden toen slechts in Kempenland hooger. In de haardtelling van 1515 betaalde Lommel fl. 818‑15‑6 het meeste der 36 toen opgegeven plaatsen (Van Oudenhoven,1670, bl. 83 en 85).

Toen Hertog Jan in 1322 Lommel tot stad verhief, vergunde hij onder meerdere voorrechten aan die plaats de oprichting eeniger jaarlijksche markten een eene Maandagsche weekmarkt. Deze jaarmarkten vielen Maandag voor Palmzondag, den tweeden Maandag voor Sint Jan Baptistus en den derden Maandag voor Barthelomeusdag. Hoezeer deze markten wel in belangrijkheid hebben verloren bestaan ze nog altijd en zijn in den omtrek zeer gunstig gekend.

Naar men meende stonden oudtijds alhier vele bierbrouwerijen.

Thans worden te Lommel drie windgraanmolens gevonden, namelijk een ter linker zijde van den grintweg van Luiksgestel naar Lommel of van het dorp, een aan de rechterzijde van het dorp, de andere te Lut‑Lommel. Twee dezer zijn Standaard‑molens. De standerd of standaardmolen (in Vlaanderen staakmolen genaamd) begint gaandeweg tot de geschiedenis te behooren.



Met de molen "ter linker zijde van den grintweg van Luiksgestel", bedoelde Panken de molen die destijds in de Koningstraat stond. 


Van de gruit is door den hertog in 1440 vrijstelling der gruit geschonken, weshalve de Lommelaren geene belasting op bieren behoefden te betalen. Behalve de gruit van Lommel werden tevens de ingezetenen daarvan vrijgesteld in de volgende dorpen: Eersel, Steensel, Duizel, Dommelen, Riethoven, Westerhoven, Eijke (nu Bergeik), Hapert, Casterle (Casteren) en Loon (Hoogeloon). Ook vreemd bier genoot daarvan ontlasting. Er bestaan menigvuldige bevestigingen en andere omstandigheden van gruitgeld, enz. dier plaatsen (zie o.a. een Register van 404 bladz. getiteld Inventaire des Archives de la Belgique, publiés par ordre du Gouvernement, in het Archief te Brussel door mij in Aug. 1892 ingezien).


Gruit is een kruidenmengsel dat wordt gebruikt als smaakmaker bij het brouwen van bier. 






Men trof voorheen hier de volgende doelen aan. Het zijn de oude Gilden, als:

1e De Schutters van den stalen boog wien Hertog Jan het recht van het gewicht of waag verleende. Deze is de Gilde van St. JORIS. Toen Jan, hertog van Brabant in 1332 beval Lommel tot eene stad te maken enz. verleende hij ook aan het gild van St. Joris het zoogenaamd panderrecht terwijl later de Schout vaan Kempenland Jan Coene de reglementen vastgesteld heeft van die van Sebastiaan en Barbara (zie hieronder).

2e De schutterij der H. BARBARA. De Schout van Kempenland Jan Koenen, gaf ze dezelfde wetten enz. als die van St. Bastiaan genoten.

3e Sint SEBASTIANUS. Zij bezit een zilveren haan, een plaatje met naam doch zonder jaartal, benevens twee schilden waarop almede de ouderdom niet blijkt. Overigens een zilveren schild van 1753,1774,1785, 1803,1824, 1828,1837,1841,1851,1867.


Ook Lommelse schutterijen op O.L.S. - Lommel(Internetgazet)

Meermalen schenen deze drie zeer oude gilden hunne vernietiging nabij, daar in België zulke Broederschappen geen gronden of dergelijke eigendommen mogen bezitten. Omstreeks het jaar 1870 telde de eerstgenoemde gilde 18, de tweede omtrent 20, de derde slechts 6 leden.
Van oude tijden stonden de schuttterijen, zoowel van den voet‑ als handboog, in steden en dorpen in aanzien. Zij hadden goede wetten, wijzen en zeden en waren door ieder bemind. Van hunne bedrevenheid in het schieten gaven ze openbaar bewijs (J. Van Oudenhoven, uitgaaf 1670). Wie den houten vogel of papegaai afschoot verwierf voor die reis den naam van Koning.
Van onheugelijken tijden hadden de gezamelijke Gilden van Lommel slechts één en dezelfden schutsboom en wel op het gehucht Aalberg of Adelberg, welke er nog staat.

4e St. AMBROSIUS dagteekent van ouden tijd.


Op 7 december 1815 ondertekenden in de herberg van Jan Verkoyen op de Adelberg twintig burgers van Lommel de stichtingsakte van "de Compagnie van de H. Ambrosius". Het waren bieboeren (imkers) die gemeenschappelijke belangen te verdedigen hadden. 
(http://www.sint-ambrosiusgilde-lommel.be)

dinsdag 6 november 2012

Statistieken


Het is al weer eventjes geleden dat we er naar keken. We stevenen af op de 30.000ste bezoeker...

Pageviews vandaag
103
Pageviews gisteren
280
Pageviews vorige maand
6.020
Pageviews geschiedenis
29.395