zaterdag 20 oktober 2012

"Zo rooj as e tomat en zo blaaw as a schallie.."


Dat zijn inderdaad de kleuren van ons voormalig en ons nieuwe stadsbestuur.

Eerlijk is eerlijk, het rode van een tomaat heb ik gepikt uit de column van vandaag in BvL door Chel Driessen.

In zijn column meent Chel dat de tomaten groen geworden zijn, terwijl het normaal andersom is: eerst groen dan rood :)


Maar de blauwe leisteen (schalie in 't Lommels) dat heb ik opgevangen van oude Lommelaars tijdens mijn notariële carrière.


Nu nog iets bedenken dat rijmt met paars ?



Waarbij de hamvraag toch wel blijft: zijn die socialisten soms niet erg blauw en zijn die liberalen bij wijlen nogal rood ?? Kortom zijn ze alles op nen hoop eigenlijk wel paars genoeg ??

Wat zouden zij en hij ervan denken ?







Lommelse kolonel als held van de slag bij Waterloo (1814) !? (4)

Wijbrand-Adriaan De Jongh


4.      De Zesde Coalitie en de rampzalige Russische veldtocht (1812-1814)

Vanaf 12 maart 1811 werd het 3de regiment Nederlandse Jagers, waartoe de Jongh behoorde, omgevormd tot het 33ste regiment jagers van het Franse leger (het Nederlandse leger hield op te bestaan). De Jongh bleef Luitenant Kolonel, maar nu dus bij het  33ste Regiment Jagers. In 1812 trok hij met dat regiment op in de Russische veldtocht, die Napoleon fataal zou worden. Het regiment stond onder bevel van Kolonel Marguerye en maakte deel uit van de 1ste Brigade Barbanegre, 4de Divisie (Dessaix), 1ste korps (Davout). Naar aanleiding van de Zesde Coalitie (1812-1814) tegen Frankrijk,  trok Napoleon in juni 1812  Rusland binnen. Het Grande Armée stak de rivier Memel over op 24 juni  1812. In het 33ste regiment was Luitenant-Kolonel de Jongh de commandant van het 1ste van de vier bataljons van het regiment dat onder bevel van Kolonel Marguerye en Adjudant-Majoor H.P. Everts stond….. Aanvang 1812 trof het regiment de nodige voorbereidingen voor het Russische avontuur.  Zonder noemenswaardige problemen of gevechten marcheerden de 4 bataljons naar het oosten. Tussen 26 juni en 11 juli 1812 maalden ze 480 km af tussen het Duitse Wilna en het Russische Minsk. Het grootste probleem onderweg, was de desertie. Honderden militairen verborgen zich in de dorpen en steden waar de troep passeerde.  Op 16 juli ondernam Adj-Majoor Everts een week lang een zoektocht naar deze verstekelingen en bracht ze met honderden per dag terug op het juiste pad… Daarna nam Lt-Kolonel De Jongh die taak over, maar op 1 augustus ontbraken er nog steeds 917 manschappen! Het regiment was in gevechten gewikkeld op 10 en 29 september alsook op 2 en 6 oktober 1812 in Wyasm.

Rusland paste de strategie van de verschroeide aarde toe, waardoor de Frannse troepen al snel in voedselproblemen kwamen. De soldaten plunderen, voederden onrijp graan aan hun dieren, dronken vervuild water, waardoor veel slachtoffers vielen bij mens en dier. Op 14 september trok het Franse leger Moskou binnen, maar aangezien Tsaar Alexander weigerde om zich over te geven, blies Napoleon uiteindelijk de aftocht.
Terwijl het 2de en 3de bataljon van Minsk naar Moskou optrokken, bleven het 1ste (dat van De Jongh) en het 4de bataljon te Minsk in garnizoen o.l.v. Adj-Majoor Everts. In oktober kreeg de Jongh met zijn 1ste bataljon de opdracht om soldijgelden te transporteren naar Moskou. Zover geraakten ze echter niet want Napoleon was op 18 oktober met de terugtrekking van zijn troepen begonnen. Ter hoogte van Dorogobusch kreeg de Jongh bevel om terug te keren naar Smolensk. Na aldaar die gelden te hebben afgeleverd keerde het  bataljon op 1 november 1812 naar Dorogobusch terug. Op 7 november arriveerden daar ook het 2de en 3de bataljon, zodat het gehele regiment weer verenigd was.  Na enkele dagen rust genoten te hebben, marcheerde het regiment gedurende vier dagen naar Smolensk, waar het buiten de stad, west van de Dnieper-rivier op een heuvel, kampeerde.  De winter had echter intussen zijn intrede gedaan en toen de eerste nacht de temperatuur terugviel op minus 19 ° bleken ‘s anderendaags 60 soldaten door de koude bezweken te zijn. In de volgende dagen trok het regiment samen met de andere Franse troepen verder terug.


Erg verzwakt kwam het Franse leger op 9 november aan te Smolensk. Zonder dat de Fransen het goed en wel beseften, naderde het Russische leger, terwijl 20.000 kozakken in kleine groepjes de Franse troepen opjoegen. Ter hoogte van het dorp Krasnoë vielen de Russen tussen 15 en 18 november de Franse achterhoede aan en richten een ware slachting aan : 6.000 tot 13.000 soldaten sneuvelden of raakten gewond. Op 17 november kwam het Russische leger bij het dorpje Mikulina in zicht. Die dag verloor het 33ste regiment veertig manschappen en twee officiers. Op de avond van die dag speelde het 33ste regiment (500 à 600 man sterk) de ondankbare rol van achterhoede van de Franse troepen. Bij Krasnoé doken langs alle kanten kozakken op. Het 33ste regiment stelde zich in een vierkant op en de kozakken weken terug. Maar van zodra het regiment weer in beweging kwam werd het opnieuw aangevallen, ditmaal door drie eskadrons Kurassiers. Ook deze aanval werd terugeslagen maar het 33ste regiment was intussen wel geïsoleerd geraakt van de rest van de Franse troepen. Tot overmaat van ramp arriveerde Russische infanterie en ook artillerie.  Die kanonnen richtten een ware slachting aan. De Russen kwamen steeds dichterbij en uiteindelijk werden het lijf-aan-lijf-gevechten met sabel en bajonet waarbij het 33ste regiment bijna volledig in de pan werd gehakt. De Russische troepen ontzagen niets of niemand en er sneuvelden ook 17 officiers van het 33ste regiment. Uiteindelijk zochten de resterende officieren bescherming bij …de Russische officieren. Enkele van hen waren vrijmetselaars (o.a. kapitein van Ingen) en de Russische officiers hadden op hun wapens vrijmetselaars-symbolen bemerkt.





Dolk van De Jongh (was ook hij vrijmetselaar?)


Bij Krasnoé (of Krasnoi) werden de Nederlanders letterlijk in de pan gehakt 


Een tiental officieren van het 33ste Regiment, waaronder De Jongh, werd door de Russen gevangen genomen. Ze werden naar Mglin opgebracht, waar ze bleven tot 21 juni 1813. Daarna werden ze overgebracht naar Tambow, waar ze toekwamen in oktober  1813. Op 19 februari 1814  werden ze na 14 maanden gevangenschap, vrijgelaten. Het groepje officieren en vier soldaten verzamelden hun schaarse resterende centjes en schaften zich enkele sleden aan. Te voet ging het nu voor honderden kilometers door Rusland en Polen. Onderweg waren er soms ongewenste ontmoetingen. Toen ze gehuil hoorden, dacht De Jongh onmiddellijk aan wolven en adviseerde iedereen om dadelijk een pijp op te steken. De list lukte want de 15 wolven bleken bang van de rook en het vuur… Op 30 april bereikten ze de grens tussen Polen en Pruisen en daarna ging het over Lik, Gumbinnen, Königsberg, Dantzig, Augermünde, Neustadt, Stendel, Calvorden, Brunswick en Lingen naar Münster. Op 4 juni 1814 bereikten ze de grens met Nederland en enkele dagen later nam deze vernederende thuiskomst van deze officieren zonder hun regiment, een einde.
Men kan zich voorstellen dat deze Nederlandse militairen zich door Napoleon opgeofferd  en verraden voelden, en dat ze er bij thuiskomst (juni 1814) niet aan dachten om te proberen het Franse leger alsnog te vervoegen. Intussen (30 maart) waren de geallieerden Parijs overigens binnengetrokken en was Napoleon afgetreden op 6 april. Hierna werd het Congres van Wenen georganiseerd. Napoleon werd verbannen naar Elba, en in Frankrijk werd  het Huis Bourbon opnieuw op de troon geinstalleerd, met Lodewijk XVIII als koning.

vrijdag 19 oktober 2012


Lommelse kolonel als held van de slag bij Waterloo (1814) !? (3)



Wijbrand-Adriaan De Jongh


3.      Onder Frans commando tijdens de volgende vijf coalitieoorlogen (1799-1809)


De Tweede Coalitie (1799-1802) tegen Frankrijk had evenmin succes. Napoleon controleerde de Franse staat sinds 1799 en kon de invallen afslaan. Op 27 augustus 1799 landden liefst 32.000 Engelsen op de duinstrook tussen Callantsoog en Huisduinen. Begin september waren Engelsen en Russen aan de winnende hand, en rukten ze verder op.  Zeker is dat alle bataljons van de 2e halve brigade van het Bataafs leger betrokken waren bij krijgsverrichtingen in Noord-Holland. Het hardste is door deze divisie gevochten bij de Zijpe (10 september) en bij Bergen (19 september). Het hoofdkwartier van de 2e brigade  lag gedurende de schermutselingen van 9 september – 18 september in Koedijk. Met het 9de Linieregiment (Nederlandse leger in Franse dienst) vocht De Jongh  in 1799 tegen Brits-Russische troepen in Noord-Holland.  In Noord Holland was het 9de regiment deel van de 2de halve brigade en vormde daarbij het 3de bataljon; het leverde onder generaal Brune strijd tegen de Engels-Russische invasiemacht.  

Slag bij Bergen (in Ned.)

In juni 1800 stelde de Bataafse Republiek aan de Franse generaal Augereau een troepenmacht van ongeveer 5.000 man ter beschikking voor een veldtocht in Duitsland., voor een deel aangevoerd door luitenant-generaal Jean Baptiste Dumonceau. In 1801 nam De Jongh deel aan gevechten in Duitsland bij Wurtzburg, Swaben en Wartenburg.  Eind dat jaaar keerde hij naar Texel terug en in 1803 was hij van dienst op de Hollandse kusten.

Cavaleriegevecht bij Würzburg

Cavaleriegevecht bij Würzburg



Tijdens de Derde Coalitieoorlog (1805) vocht de Bataafse republiek aan Franse zijde. Napoleon dirigeerde zijn invasieleger naar de Donau.  Einde augustus verwittigd, trok de (Bataafse) divisie van Dumonceau na het verblijf in Zeist,  in september 1805 Duitsland binnen. Op 25 september arriveerde het korps te Mainz. De volgende dag stak het de Main over, waarbij gevochten gevochten werd te Wernigshausen en Ingolstadt.  Vanaf  28 september ging het erder over Wurzburg, Ansprach, Nurnberg, Augsburg en op 16 oktober werd Regensburg bereikt.  De divisie Dumonceau werd later ingezet bij de achtervolging van het Oostenrijkse en Russische leger op de linker Donau-oever.  Na de Franse overwinning bij Austerlitz op 2 december 1805 keerde Dumonceau met zijn contigent pas in maart 1806 terug naar Nederland. Op 1 september 1805 ging De Jongh  als 1ste Luitenant over naar het 4de Linieregiment van het Nederlandse leger onder Franse bevel  en datzelfde jaar scheepte hij vanuit Texel in en nam deel aan de Oostenrijkse campagne aan de Donau. Van 1801 tot 1807 diende De Jongh onder de orders van generaal Dumonceau.

Zie het filmpje over de slag bij Austerlitz op:
 http://home.planet.nl/~awaan/2e_halvebrigade/Krijgsverrichtingen/Donau_/donau_.html


De Vierde Coalitie (1806-1807). Nadat de Pruisische troepen bij Jena waren verslagen, trok het Franse leger Berlijn binnen op 27 oktober 1806. Eind oktober 1806 trokken twee Bataafse divisies (12.000 Nederlandse militairen) Duitsland in om deel te nemen aan de veldtocht . Generaal Dumonceau formeerde een derde divisie en  bevond zich op 3 november te Paderborn. Op 19 november werd Hameln met een garnizoen van 9000 man ingenomen. Op 23 november begaf de Hollandse divisie zich op weg naar Nienburg, en dwong de vijand om zich twee dagen later over te geven. Bij de belegering van Kolberg in juni/juli 1807 speelden de Hollandse troepen   (8200 man en 920 paarden)  een belangrijke rol.  In 1807 belegerden Frans/Nederlandse troepen de vesting Stralsund aan de Oostzee, gelegen in Zweeds Pommeren. In 1806 en 1807 nam De Jongh deel aan de campagnes in Pruisen. Tussen 1801 en 1807 stond hij onder het bevel van de uit Brussel afkomstige generaal Jean-Baptiste Dumonceau (1760-1821). Op 1 januari 1807 werd hij als Kapitein overgeplaatst naar het regiment 'Garde jagers van Koning Lodewijk' (Lodewijk Napoleon was de koning van Holland 1806-1810, en de broer van de Franse keizer Napoleon). Twee maanden daarna werd hij overgeplaatst , in dezelfde rang, naar het 3de regiment Jagers.

Belagerung Kolbergs 1807

Boekje over de belegering van Kolberg in 1807

Tijdens de vijfde Coalitie (1809) werd Oostenrijk uiteindelijk verslagen in de Slag bij Wagram (5 juli-6 juli 1809). Tegen de tijd dat de Britse bevelhebber Chatham op 16 september Zeeland verliet, bleef alleen een garnizoen van 5.000 man op Walcheren over, waarvan al een derde ziek was. Dit garnizoen, bijgenaamd het "stervende leger" (dying army), hield vier maanden stand tot het in december 1809 alsnog geëvacueerd werd. Vanaf 25 augustus 1809 werd W.A de Jongh Luitenant-Kolonel in het 3de regiment  Jagers, waarvan hij al eerder deel uitmaakte. In 1809 was hij in Zeeland, vermoedelijk m.b.t. de Britse inval in Walcheren, waar general Dumonceau wederom het bevel voerde. De Jongh ontving in die periode de medaille "Orde van de Unie".  

Engelse artillerie-aanval op Vlissingen



Koning Lodewijk Napoleon viel intussen in ongenade bij de keizer door zijn trage en onkundige optreden en door zijn tegenwerking om Franse maatregelen als de dienstplicht en het Continentaal Stelsel, in Nederland in te voeren. Op 28 december 1809 werd Walcheren ingelijfd bij Frankrijk, in maart 1810 volgde de rest van zuidelijk Nederland en in juli werd het hele Koninkrijk Holland bij Frankrijk ingelijfd. Het Hollands leger werd in 1810 ingelijfd in het Franse “Grande Armée”, zodat ook De Jongh nu in het Franse leger diende.

De handtekening van De Jongh

Wat zal er gebeuren met de oude "nonnekensschool" aan de Mudakkers?


Enkele blogs geleden hebben we U gesignaleerd dat ons stadsbestuur plannen heeft met deze school.

We hebben onze hersenen liggen pijnigen om te bedenken wat hier achter zou kunnen zitten en denken het gevonden te hebben: vermoedelijk komt hier een ondergrondse parking met daarboven een zoveelste winkelkompleks.
Wij vermoeden dat Stad Lommel met bvb. de firma DEMOCO via een pps (privaat-publieke-samenwerking) in zee wil gaan voor een samenwerking, net zoals dat in Neerpelt gebeurde. Zie : www.forteneerpelt.be

Ik formuleer daarbij de volgende bedenkingen:

1) De inwoners van de Mudakkers(straat) zullen, net als die van de Stadslaan, de rust in hun straat verliezen. De fietsende studenten van de Rijksschool Mercurius zullen er goed aan doen om uitsluitend nog via de Molenstraat van en naar hun school te komen.

2) Als een overheid een aankoop doet met het oog op "openbaar nut", kan ze 10% registratierechten ontlopen. Maar gaat het in zo'n geval (in zee gaan met een projectontwikkelaar voor bouw van winkels enz.) nog wel over openbaar nut ??

3) Het Soeverein-débacle indachtig, doen onze vroede vaderen er goed aan om hunne portemonnee (en dus eigenlijk die van U en ik) in het oog te houden.
Misschien kunnen de raadsleden, die hierover op de eerstvolgende gemeenteraad hun fiat zouden moeten geven, best eens een studiereisje naar Neerpelt ondernemen. Maar eigenlijk kunnen ze zich die moeite ook besparen door kennis te nemen van onderstaande artikels.

4) De Lommelse Kerkstraat, winkelstraat bij uitstek, wordt nu al geplaagd door grote leegstand. Zal er dat op verbeteren als er in de Mudakkers nog een resem bijkomen....?
  1. Woon- en winkelcomplex Forte opent met volksfeest (Neerpelt) - Het ...

    www.nieuwsblad.be › NeerpeltIn cache
    23 april 2012 – NEERPELT - In Neerpelt opende afgelopen weekend Forte. Het woon- en ... Helaas staan nog veel winkelruimtes leeg. ... Nu het project klaar is, hopen we het vertrouwen van de ketens en andere handelaars te krijgen.
  2. Handelaars lopen niet storm voor Forté

    sintlievenshoutem.openvld.be/News.aspx?nid=e8fceeb6...id...In cache
    23 mei 2012 – Bij de opening van het Forté-project in hartje Neerpelt werd in februari ... rest van de 3.500 vierkante meter winkelruimte staat nog steeds leeg.
  3. Neerpelt - Archief juni 2012 - Internetgazet

    www.internetgazet.be/neerpelt/archief/2012/juni/

    30 juni 2012 – Een van de Democo-projecten was het Forte-project in Neerpelt - dat totnogtoe niet bepaald succesvol mag genoemd worden qua ...


donderdag 18 oktober 2012



Lommelse kolonel als held van de slag bij Waterloo (1814) !? (2)


Wijbrand-Adriaan De Jongh



2.      Aanvankelijk tegen Frankrijk tijdens de eerste coalitieoorlog (1792-1797)

De term Coalitieoorlogen wordt gebruikt voor de gehele periode van oorlog door geallieerden tegen Frankrijk, zowel de Franse revolutionaire oorlogen (Eerste en Tweede Coalitieoorlog, 1792-1802) als de napoleontische oorlogen (1804-1815). Tijdens de Eerste Coalitie (1792-1797) werden de Franse troepen aanvankelijk langs alle zijden teruggedreven. In juli 1792 stak een Pruisisch leger de Rijn over. Oostenrijkse troepen namen Valenciennes in, Spaanse troepen staken de Pyreneeën over, Sardijnse troepen staken de Franse Alpen over, en de Britse marine blokkeerde de Franse havens.  De Britten stuurden troepen vanuit Nederland om de strategisch belangrijke havenstad Duinkerken in te nemen. Duinkerken werd belegerd door de geallieerden, waaronder zowel Britse (onder bevel van de Hertog van York) als Hollandse troepen (o.l.v. de Prins van Oranje). Tijdens de slag van Lincelles (in de omgeving van Menen en Wervik) op 18 augustus 1793 werd het Hollandse regiment waar De Jongh deel van uitmaakte,  door Franse troepen verslagen. Hij vervoegde toen de Engelse bondgenoten, meer bepaald de Britisch Guards onder Mac Donald als vrijwilliger in de tegenaanval op enkele Franse weerstandsnesten. Ten slotte vervoegde hij het regiment 'Van Welderen" in een andere tegenaanval. Hij werd om die reden eervol vermeld in de verslagen en dezelfde dag nog door de Prins van Oranje (de latere koning Willem I) gepromoveerd tot Vaandrig. In de periode februari-maart  1794 werd het regiment De Schepper regelmatig in Lommel gesignaleerd.  Waarschijnlijk zal De Jongh daarbij wel eens de gelegenheid gehad hebben om zijn ouders te gaan begroeten. In (de periode september-december) 1794 was De Jongh  in (Nederlands) Noord-Brabant onder bevel van de Prins van Oranje, in een poging om de Franse inval te stuiten.

Hierboven en hieronder: Franse troepen steken de bevroren rivieren Maas en Waal over in de omgeving van Zaltbommel



In de winter van 1795 vielen de Franse troepen verder Nederland binnen en veroverden Amsterdam op 20 januari 1796, waarbij de Bataafse Republiek (een Franse vazalstaat) werd uitgeroepen. Frankrijk kwam uit de eerste coalitie-oorlog als grote overwinnaar na de overgave van de Pruisen en de Oostenrijkers. Alleen Groot-Brittannië bleef in staat van oorlog met Frankrijk, zodat in Nederland de kusten dienden te worden bewaakt tegen mogelijk onheil vanuit Engeland. Daar waar De Jongh tot dan toe steeds tegen Franse troepen ten strijde was getrokken, werd hij plots hun “medestander”.  Op 11 juni 1795 werd De Jongh 2de Luitenant en op 1 maart 1796 1ste Luitenant bij het Hollands 1ste bataljon, 4 1/2 brigade. Deze eenheid werd later het  10de bataljon, later het 8ste en uiteindelijk het 9de regiment van het Nederlandse leger. In (juli) 1796 was hij aan de Rijn, onder bevel van generaal Daendels, die belast was met de verdediging van de oostelijke grenzen (Rijn) waar een Pruisische of Oostenrijkse invasie dreigde.  In 1797 was De Jongh gekazerneerd op het eiland Texel. Op 1 maart 1797 was hij 1ste Luitenant van het 9de Nederlandse Linieregiment, dat toen officieel onder bevel van het Franse leger viel.


Hierboven: Generaal Daendels (1762-1818) neemt te Maarssen afscheid van luitenant-kolonel C.R.T. Krayenhoff, die naar Amsterdam wordt gezonden om een omwenteling in het stadsbestuur te bewerkstelligen, 18 januari 1795 (Rijksmuseum Amsterdam)

Hieronder: Het verlaten van de in het ijs vastgevroren kanonneerboten bij Texel en het vluchten van de Landzaten, december 1794. Een kanonneerboot wordt ontmanteld en het kanon onklaar gemaakt. Verschillende groepen mensen trekken huisraad op sledes over het ijs. Op de achtergrond de naderende Franse troepen.








Pure nostalgie...


1962 is het jaar van mijn eerste communie. Dat is wel niet te zien op het filmpje met link hieronder, maar het valt me op hoezeer mijn jeugd meer en meer tot de "prehistorie" gaan behoren...

http://www.youtube.com/watch?v=fMdqHqbXbW4

In 1958 was ik nog maar twee jaar dus daar herinner ik me bijzonder weinig van. In augustus was het Lommel-kermis, en uit de twee hierna volgende filmpjes blijkt dat ook toen (lang dus voor de Lommel-leeft-heisa) de Lommelaars al wisten wat feestvieren was:
http://www.youtube.com/watch?v=IQE7WfrrTTc&feature=related
http://www.youtube.com/watch?v=SzKCP-uNd0E&feature=relmfu

Op 14 oktober 1958 behaalde mijn vader het meest aantal stemmen bij de verkiezingen, maar liet toch het burgemeesterschap aan René Verhoeven. En de volgende dag werd hij vader van zijn vierde kind.

Wat je op de filmpjes niet ziet, maar wat in de jaren '60 nog wel erg aan de orde was, dat was de smokkel.
Bij de douanepost op de Luikersteenweg was het heel wat drukker dan nu....






Aanvankelijk een bescheiden gebouwtje, nl. het "kotteke" links in beeld




Bij de inhuldiging van het nieuwe douanegebouw (in welk jaar??)
 

woensdag 17 oktober 2012

Lommelse kolonel als held van de slag bij Waterloo (1814) !? (1)


In een vijftal schijfjes serveren wij U het verhaal van deze Lommelse ijzervreter, die misschien toch wel een straatnaam in Lommel verdient.

In het Nederlandse kwartaalblad "Mars et Historia" (2012/1, p. 4-18), verscheen ons artikel onder de titel Van vaandrig tot kolonel, vriend en vijand van Frankrijk. Wijbrand Adriaan de Jongh (1776-1821).
De tekst die wij U via deze blog als een vervolgverhaal serveren, is daar weliswaar maar een samenvatting van.

Wijbrand Adriaan de Jongh (1776-1821)

  1. Voorbestemd om militair in hart en nieren te worden?
De familie De Jongh is  afkomstig van het westelijk van ’s-Hertogenbosch gelegen Waalwijk. Vanaf het einde van de 17de eeuw was ze stevig in de Kempen ingeplant, maar was ze ook present in Nederlandse kolonies of nederzettingen: Brazilië, Nieuw Amsterdam (New York) en Oost-Indië (het huidige Indonesië). Vooral vanaf de 18de eeuw telde de familie heel wat officieren in het Hollandse leger. Volgens de familiale overlevering waren de De Jonghs ook erg verbonden met het huis van Oranje-Nassau. Stamvader Jan de Jongh (ca.1585- ca. 1663) woonde in Waalwijk. Door de West-Indische Maatschappij werd de Landvoogdij van Brazilië opgedragen aan Graaf Joan Maurits van Nassau. Deze scheepte  in oktober 1636 met Jan de Jongh en 3000 man of knechten naar Brazilië in, en kwam er in januari 1637 toe. Jan de Jongh werkte aldaar in verschillende expedities in 1637, 1638 en 1639 in belangrijke mate mee. Omstreeks 1644 keerde hij terug. Zijn zoon Jan de Jongh   (ca. 1620-ca.1690) woonde in de periode 1653-1663 in New-York, dat toen nog Nieuw-Amsterdam heette. Deze had een zoon Jan (1660-1742) die secretaris in Valkenswaard zou worden, en uiteindelijk Stadhouder van het kwartier Kempenland. Ook deze laatste had een zoon Jan (1686-1758), die drossaard werd te Valkenswaard. Diens zoon Jacob (°1727) werd legerofficier, terwijl een andere zoon, Jan Willem Daniel de Jongh  (1714-1799), stadhouder van Kempenland, en later drossaard  in Valkenswaard werd.

Deze Jan Willem Daniel de Jongh was van 1757 tot 1772 tevens secretaris van Lommel (als opvolger van zijn schoonvader), maar hij oefende die functie niet effectief uit; hij liet zich vervangen, eerst door notaris Adrianus van Velsen (1757-1768) en daarna door zijn zoon Jan De Jongh (1768-1772). Deze laatste werd de effectieve opvolger van zijn vader als secretaris van Lommel (1772-1808); vanaf 1781 tot 1808 was hij daarenboven notaris te Lommel. Toen Lommel in 1808 echter van Holland naar Frankrijk overging, verloor hij zowel zijn secretarisambt als dat van notaris, hetgeen bij zijn zonen een hewige wrok jegens de Fransen en een gehechtheid aan het huis van Oranje teweeg zou hebben gebracht. In 1810 vetrok hij terug naar Valkenswaard en vandaar in 1813 naar Budel, waar hij in juni 1815 overleed. Hij was vader van tien kinderen (geboren te Lommel tussen 1769 en 1787) waaronder Wijbrand Adriaan, de hoofdpersoon van deze bijdrage, maar ook Jan Willem Daniël (°1769), secretaris van Valkenswaard (1794-1811) en daarna Vrederechter te Helmond; en Nicolaas Gijsbert (° 1773), artillerie-officier, eerst in Nederlandse en later (tot 1813) in Pruissische dienst. Deze laatste huwde te Dortmund (1804) met Maria Sophia Nies, en twee zonen (Johan en Wilhelm) werden officier in Nederlandse dienst.
Wijbrand Adriaan De Jongh werd te Lommel (thans België) geboren op 16 december 1776 als zoon van de protestantse dorpssecretaris Jan De Jongh en Elisabeth Maria Laats (een Budelse domineedochter).  De Lommelse dominee Hendrik Van Nimwegen noteerde enkele dagen later: “Den 22 december is alhier gedoopt een Soon, waarvan vader is Joh: de Jongh Secretaris alhier en Moeder E: M: Laats deszelfs Huisvrouw, en is genaamt Wijbrand Adrianus, als Doopgetuige stond de Vader selfs”. De ouders van Wijbrand bewoonden het rijkste huis aan het Lommelse dorpsplein. In 1788 werd het familiepatrimonium beschreven: wapens, een telescoop, verrekijkers, een “chambre obscure”, een kristallen “cachet”, juwelen van goud...  Het is onbekend of Wijbrand aan de lokale dorpsschool bij Peter Booms (onderwijzer in de jaren 1787-1791) hoge ogen gooide. Wij vermoeden dat hij liever met zijn drie jaar oudere broer Nicolaas Gijsbert “soldaatje” speelde. De beide broers zullen misschien wel straffe verhalen te horen gekregen hebben van hun oom Arnoldus Caillou uit Budel, die legerofficier was.  Hoe het ook zij, Wijbrand Adriaan De Jongh was pas 14 jaar oud toen hij op 25 maart 1790 Kadet werd bij het Infanterie Regiment No.1 “de Schepper" in Leeuwarden.
Daarna is hij gedurende een kwarteeuw aanwezig op de meeste van de Europese grote slagvelden. Maar tussen al dat wapengekletter vond De Jongh blijkbaar toch nog wat tijd voor een familiaal leven. Hij huwde in januari 1808  in Deventer met Anna Geertruida Noot, dochter van Generaal Majoor Hendrik Noot, Lid van het Hoog Militair Gerechtshof te Utrecht. Uit dit huwelijk werden één zoon en vijf dochters geboren. De eerste drie kinderen werden resp. geboren in (de garnizoenplaatsen?) Doesburg, Groningen en Kampen tussen 1808 en 1815; de laatste drie werden te Ieper geboren tussen 1817 en 1821.

Kwisvraagje - Lommel
De Jongh omstreeks 1819